Bewaken en Leren

Met de ontvanger kan ik mijn bloedglucose bewaken en ingrijpen wanneer de glucosewaarde te laag dreigt te worden (hypoglycemie) of te hoog (hyperglycemie). De ingreep kan bijv. bestaan uit het nemen van ‘snelle’ koolhydraten in de vorm van druivensuiker respectievelijk insuline spuiten of een stuk wandelen. CGM-systemen kunnen zo worden ingesteld dat ze de gebruiker waarschuwen bij snelle daling of stijging van de bloedglucose en wanneer een lage of hoge glucosewaarde is bereikt.

Ingrepen zoals hierboven zijn reactief. Uiteraard is het interessant om vast stellen, waardoor het komt dat glucosewaarden niet goed zijn en wat ik kan doen om dat te voorkomen. Dat maakt proactief handelen mogelijk. Daarvoor doe ik het volgende:

  • Het CGM-systeem meet mijn glucosewaarden. Zelf registreer ik gegevens over mijn voeding, beweging en medicijngebruik in de ontvanger van het systeem.
  • Regelmatig (tweemaandelijks) laad ik de gegevens uit het systeem naar mijn PC en analyseer ik verbanden tussen de geregistreerde gegevens over mijn gedrag en de glucosewaarden.
  • Op basis hiervan kan ik mijn gedrag aanpassen en met het systeem kan ik zien of de aanpassingen effectief zijn door de stappen te herhalen.

Door de bovenste ‘feedback’ lus ben ik voortdurend aan het leren: leren wat het effect van gedrag op mijn bloedglucose is en leren of aanpassingen van mijn gedrag effectief zijn. Daarbij is het essentieel of ik de aanpassingen tot ‘gewoonte’ kan maken, zodat er sprake is van leefstijlaanpassing. Wel zullen ingrepen via de onderste lus noodzakelijk blijven, doordat het verloop van glucosewaarden altijd een mate van onvoorspelbaarheid kent. Zeker bij type 1 patiënten, zoals ik.