Analyse insuline bolus

Het ontbijt is het eerste wat ik heb onderzocht met continu glucose monitoring. Hiervoor heb ik het glucoseverloop gevolgd vanaf het ontbijt tot het moment waarop de bloedglucose is gedaald tot het oorspronkelijke niveau. De daling is het gevolg van een kleine bolus (2E) ultra kortwerkende insuline die ik bij het ontbijt toedien. De glucosecurven van de bekeken dagen laten een sterke stijging zien en het duurt lang voor de glucose is teruggekeerd tot het niveau bij de start van het ontbijt. Daarom heb ik onderzocht of eerder ‘bolussen’ (dus vóór het ontbijt) de glucosepiek en de duur van de glucoseverhoging verkleinen.

In kleine stappen heb ik de bolus insuline steeds verder naar voren verlegd ten opzichte van de start van het ontbijt. De meetwaarden van de ontbijten zijn weergegeven in het onderstaande diagram. Horizontaal staat de tijdsduur tussen het moment van de bolus en de start van het ontbijt (in minuten), verticaal de stijging van de glucosewaarde op de piek (in mmol/l).

Met een trendlijn -onder meer bekend van lineaire regressieanalyse- is het verband benaderd tussen de tijdsduur van de bolus ten opzichte van het ontbijt en de stijging van de glucosewaarde op de piek na het ontbijt. Dit resulteert in de volgende formule (de determinatiecoëfficiënt R2 heb ik weggelaten omdat niet aan de voorwaarden voor lineaire regressie is voldaan):

ΔG = –0,07 × T + 6,1

waarin:

           ΔG = verandering (stijging) van de glucosewaarde op de piek (in mmol/l)
              T = tijdsduur tussen het moment van bolussen en start van het ontbijt (in minuten)

Het resultaat van deze analyse wijkt af van wat mij geleerd is, namelijk bolussen bij het ontbijt. Mijn internist gaf aan dat eerder bolussen inderdaad het waargenomen effect zou kunnen hebben en op het internet vond ik enkele, vergelijkbare ervaringen van patiënten. Voor mij vormde dit voldoende ‘evidence’ om over te gaan op de gedragsregel dat ik de bolus insuline 1 uur vóór het ontbijt toedien. Dit verlaagt de glucosepiek en verkort de duur van de glucoseverhoging, zoals is weergegeven in het onderstaande diagram. De blauwe lijn toont de glucoseverandering bij een ontbijt waar de bolus 60 minuten voor het ontbijt is toegediend, bij de rode lijn valt de bolus samen met de start van het ontbijt.

Met de gedragsregel voorkom ik de situatie van voorheen dat er bij de lunch nog steeds sprake is van een verhoogde bloedglucose, wat toen resulteerde in een ‘stapeling’ van glucoseverhogingen.

Volledigheidshalve merk ik op dat de metingen op basis van de onderstaande criteria zijn geselecteerd:

  • Als ontbijt is een ‘standaard’ maaltijd gebruikt met dezelfde hoeveelheid koolhydraten. Deze maaltijd bevat géén koolhydraten met een lage tot gemiddelde glycemische index (GI). De reden voor het eerder bolussen moet dus niet in de GI worden gezocht.
  • Er is sprake van een normale nuchter glucosewaarde tussen 4 en 7 mmol/l.
  • De bolus insuline bedraagt 2E Apidra. Relevant is dat ik gelijktijdig ook Lantus toedien als langwerkende, basale insuline. Eerder toedienen van deze langwerkende insuline zal ook bijdragen aan de lagere glucosepiek en de kortere duur van de glucoseverhoging, maar deze bijdrage is waarschijnlijk gering en kan ik niet vaststellen.
  • De glucosecurve vóór het ontbijt is vlak en vertoont dus geen daling of stijging. Stijging kan het gevolg zijn van het ‘dawn’ fenomeen, wat ik bij mij regelmatig constateer.
  • Uiteraard kan ik niet uitsluiten dat dit fenomeen zich tòch heeft voorgedaan, gelijktijdig met de stijging door de koolhydraten in de maaltijd.
  • Alle metingen zijn gedaan in een periode van 15 opeenvolgende weken, waarin geen sprake was van ziekte of stress.